"Eindelijk!" dacht ik, 'Ik ben beter,
ik heb geen pijn meer. Dit is echt! Dit is werkelijkheid!' "Toen ik
zei , 'Het is echt,' keek ik omhoog naar Jezus. Het enige wat Hij gezegd
had was, 'Volg mij na.' Dat is het enigste wat Hij tegen iedereen hoefde
te zeggen! "We schenen allebei in de richtng van een muur te zweven.
We stopten misschien op 5 meter afstand van de muur. Ik hield nog steeds
Zijn hand vast, en ik volgde zijn blik. Hij keek recht voor zich uit.
Ik keek omhoog en en zag een transparante muur, die scheen als puur
goud, zo ver als ik maar zien kon in beide richtingen. Ik kon erin kijken,
zo'n twintig centimeter of meer, maar er niet helemaal doorheen. Oh,
ik wilde zo graag achter die muur zien. "Van achter de muur hoorde ik
heel veel activiteit. Alles was in leven achter die muur. Het scheen
me net toe als de dageraad van een nieuwe dag; de dag was net aan het
aanbreken! Het was een prachtige ervaring. Ik hoorde vogeltjes zingen,
kleine vogeltjes, en ze werden luider en luider. Mensen hebben mij verteld
dat er geen vogels in de Hemel zijn, maar ik heb ze gehoord. "Toen hoorde
ik wat me toescheen als millioenen kleine gouden klinkende belletjes,
die tinkelden; ze tinkelden en tinkelden.
"SInds
die tijd heb ik die bellen vaak gehoord, in het midden van de nacht.
(En het is niet de hoge bloeddruk die het doet!) Vervolgens hoordde
ik gezoem en toen een koor dat aan het zingen was. Het zingen werd luider
en luider, en het was in mineur. Het was prachtig en in perfecte harmonie.
Ik hoorde ook gesnaarde instrumenten.
"Ik weet dat er bloemen waren. Ik kon ze ruiken maar ze niet zien. Hun
geur was als parfum op een zachte wind- een hele zachte bries.
"Toen omdat het licht zo helder was, scheen het omstreeks middag te
zijn. Ik stapte naar voren om naar een poort te zoeken maar ik kon er
geen een zien. Het was gewoon nog de tijd niet voor mij om daar naar binnen te
gaan.
"Ik keerde mij om om naar Jezus te kijken, maar Hij was weg. Ik heb
Hem niet zien of horen gaan. Hij was gewoon weg! Toen in een oogwenk
of zo, voelde ik mezelf weer in mijn lichaam terug in bed. 'Ik wilde
helemaal niet terugkomen hier', dacht ik. Ik was op zoek naar de poorten
van de Hemel.
De
Grote Stad in de Hemel.
We
begonnen terug te gaan naar 'Gaia'.(De naam voor Aarde in deze BDE) We
gingen naar een plaats in de schaduwen van Gaia. Het was een grootse
stad in de wolken. De stad had deze prachtige witte gebouwen zo ver
als het oog reikte. Ik zag daar geesten wonen die allemaal vibratie
bezaten maar niet een echt physiek lichaam. Deze inwoners gingen heen
en weer tussen de gebouwen - naar hun werk toe en ook voor hun vertier.
Ik zag een plaats waar geesten naar toe gingen om wat Ik dacht water
te krijgen. Er waren geen voertuigen daar. Geesten schenen zich rond
te bewegen op dezelfde wijze als mijn wezen en ik ons rond beweegden,
door te vliegen.
De stad had geen grenzen die ik zien kon. Dit was een oort vol leven
van allerlei soorten. Er was natuur daar, veel pure planten, bomen,
en water net als op Gaia maar purer. De natuur daar was absoluut perfect.
Het was onbevlekt door menselijke manipulatie. Dit oort was net als
Gaia alleen zonder de problemen en negativiteit. Ik voelde dat dit
was wat de Hemel genoemd wordt in Aardse termen.
Ik zag geesten die tussen Gaia en de Stad heen en weer reisden. Ik kon
de ontwikkeling van de geesten bemerken die heen en weer gingen door
de energie die ze uitstraalden. Ik kon zien dat dieren van en naar de
Aarde gingen en kwamen net zoals mensen. Ik kon vele geesten zien die
Gaia met gidsen verlieten en kon geesten zien terugkeren naar Gaia zonder
gidsen. Het wezen vertelde me dat sommige geesten die voorbij kwamen
degenen waren die werk deden met mensen op Gaia. Ik kon het verschil
voelen tussen het type geesten die het werk deden en de geesten die
naar de Grote Stad kwamen om weer opgevuld te worden om weer terug te
keren naar Gaia om te ervaren en verder te ontwikkelen. Ik kon de emoties
voelen van degenen die terug kwamen voor opvulling. Ik kon voelen dat
sommigen van hen droevig waren, verslagen en angstig, net zoals ik me
voelde voordat het wezen tot mij kwam.
Mijn wezen nam mij in een van de grotere gebouwen. Binnen zag ik veel
geesten werken. Ze waren dingen aan het doen die erg eender waren als
taken op Aarde. Toen we langs die geesten heenliepen, keken ze naar
mij. Ik denk dat zij mij aan het onderzoeken waren vanwege het wezen
dat bij me was. We gingen naar boven en ik ontmoette geesten die mij
kenden. Zij groetten mij en vroegen me hoe het met me ging. Ze gaven
me advies hetgeen ik me niet meer kan herinneren. Ik dacht dat ze me
misschien een taak zouden geven, maar het wezen wist dat ik dat dacht
en vertelde me dat er eerst iets anders was dat ik moest doen.
Ik was in extase. Ik was in de hemel ondanks alles wat ik gedaan had
gedurende mijn leven op Gaia. Ik ervaarde waar de meeste mensen alleen
maar over dromen. De liefde die ik daar voelde was dezelfde liefde die
ik voelde toen ik Jezus zag. Ik was op Gaia zoekende geweest voor wat
eigenlijk dezelfde soort plaats was waar ik toen in was. Ik zocht op
Gaia naar het gevoel wat ik nu op dit moment voelde. Ik had gevonden
waar ik mijn hele leven naar gezocht had. Ik was echt gelukkig. Ik
was Thuis en Ik wist het. Ik was klaar om te blijven en wat voor werk
dan ook te doen dat mij opgedragen werd.
Mijn wezen nam mij naar een ander gebouw dat heel speciaal was. Het
was groter dan de rest en had de meest groene bladeren die ik ooit had
zien groeien, die het als een heilige plaats decoreerden. We gingen naar binnen
door een stel dubbele deuren heen die gloeiden van leven. De binnenkant
was gedecoreerd met een houten paneelwand die van "levend hout"
was, vertelde het wezen mij, van de bomen die groeiden op deze prachtige
plaats.
Ritchie's ontmoeting
Met Jezus
Uiteindelijk zonk ik in
wanhoop op het bed neer. Tenminste? Ik deed dat mentaal: In feite maakte mijn
ont-lichaamde wezen er geen enkel contact mee. Daar, recht voor me,
was mijn eigen vorm en substantie, maar toch zo ver van me verwijderd
alsof we verschillende planeten bewoonden. Was dit wat de
dood was? Deze scheiding van een deel van een persoon van de rest van
hem?
Ik was er niet zeker van toen het licht in de kamer begon te veranderen;
plotseling werd ik mij ervan bewust dat het helderder werd, veel
helderder dan het geweest was. Ik keerde me om, om naar het nachtlampje
te kijken op het nachttafeltje. Eén enkele 15-watt gloeilamp kon toch
zeker niet zoveel licht afgeven? Ik staarde in verbazing terwijl de
helderheid nog meer toenam, van nergens komende, maar toch overal tegelijk
schijnend. Al de gloeilampen in the afdeling konden niet zoveel licht
afgeven. Al de gloeilampen in de hele wereld konden dat niet! Het
was onmogelijk helder: Het was als een miljoen lassers' electroden, die
allemaal tegelijkertijd schenen.
En temidden van al mijn verbazing kwam een prozaische gedachte in me
op, waarschijnlijk opgedaan ergens in de een of andere biologie-les
aan de universiteit: "Ik ben blij dat ik geen fysieke ogen heb op dit
moment," dacht ik. "Dit licht zou de retina in een tiende van een seconde
verwoest hebben."
Nee, verbeterde ik mezelf, niet het licht, maar HIJ! Hij zou te helder
geweest zijn om naar te kijken. Want nu zag ik dat dit geen licht was,
maar dat een Man de kamer binnengekomen was, of liever, een Man
bestaande uit licht, alhoewel dit niet meer mogelijk leek in mijn gedachten
dan de ongelovelijke intensiteit van de helderheid die Zijn vorm samenstelde.
Het moment dat ik Hem bemerkte, vormde zich een bevel in mijn gedachten.
"Sta op!" De woorden kwamen van binnen in me, maar ze droegen een authoriteit
die mijn schamele gedachten nooit gehad hadden. Ik rees op mijn voeten,
en terwijl ik dit deed, kwam de verstommende zekerheid: "Je bent in
de tegenwoordigheid van de Zoon van God." Opnieuw, scheen het concept
zichzelf binnen in me te vormen, maar niet als een gedachte of speculering.
Het was een soort van weten, onmiddelijk en compleet.
Ik wist
ook andere feiten over Hem. Een ervan was, dat
dit het meest totaal mannelijke Wezen was dat ik ooit ontmoet had.
Als dit de Zoon van God was, dan was Zijn naam Jezus. Maar… dit was
niet de Jezus uit mijn Zondagschool boeken. Die Jezus was teder,
aardig, begrijpend--en waarschijnlijk min of meer een soort van zwakkeling.
Deze Persoon was kracht Zelf, ouder dan tijd en
toch meer modern dan wie dan ook die ik ooit ontmoet had. Maar
boven alles, met diezelfde mysterieuze binnenste zekerheid, wist ik
ook dat deze Man van me hield.
Veel meer zelfs dan kracht, datgene wat van deze Tegenwoordigheid uitstraalde
was onvoorwaardelijke liefde.--Een verbazingwekkende
liefde.--Een liefde die mijn wildste verbeelding ver
teboven ging. Deze Liefde wist ieder liefdeloos
ding van me--de ruzies met mijn stiefmoeder, mijn explosieve temperament,
de sex gedachten die ik nooit onder controle kon brengen, elke gemene,
egoistische gedachte en daad vanaf de dag dat ik geboren was--en Hij
accepteerde en beminde mij desondanks.
WIE
IS DEZE JEZUS?
IS HIJ ANDERS DAN DE KERK-JEZUS?
